Nederland chronologisch, 19e eeuw

Wat gebeurde er in Nederland in de jaren van de stamboom...


 

1800

1801

1. het Wetgevend Lichaam heeft slechts stemrecht over wetsontwerpen en wordt gekozen volgens censuskiesrecht.

2. er komt een staatsbewind, bestaande uit 12 leden.

3. de oude provinciegrenzen worden opnieuw ingesteld.

Eigenlijk komt dit systeem neer op de toestand van voor 1795, waarbij een groot deel van de voormalige regenten opnieuw een bestuursfunctie zullen bekleden.

1802

1803

1804

1805

1806

1807

1808

1809

1810

1811

1812

1813

1814

1. de uitvoerende macht berust bij de soevereine vorst, die het alleenbestuur heeft over de koloniën. De vorst moet toebehoren aan de Hervormde kerk.

2. de Wetgevende Macht berust bij één kamer, gekozen door de Staten en door de Provinciën. Deze macht bezit het recht van initiatief (net als de koning) en heeft een beperkt begrotingsrecht.
De zittingen van de Wetgevende Macht zijn niet openbaar. De afgevaardigden vertegenwoordigen het hele Nederlandse volk, hebben geen bindend mandaat en mogen ruggespraak houden.

3. de koning zal worden bijgestaan door ministers, die alleen aan hem verantwoording schuldig zijn.

4. de Provinciale Staten worden verkozen door 3 standen: ridders, vertegenwoordigers van de steden en van het platteland.

1815

1. de Staten-Generaal worden gesplitst in twee kamers:
de Eerste Kamer, die moet worden aangewezen door de koning.
de Tweede Kamer, die gekozen wordt door de Provinciale Staten.

2. enkel de Tweede Kamer heeft het recht om inititatieven te nemen. Er zetelen 55 leden uit Nederland, 55 leden uit België, en de kamer zal beurtelings zetelen in Brussel en Den Haag.

3. de zittingen van de Tweede Kamer worden openbaar.

4. de koning hoeft niet langer meer tot de Hervormde Kerk te behoren.

5. er zijn 17 provincies.

1816

1817

1818

1819

1820

1821

1822

1823

1824

1825

1826

1827

1828

1829

1830

1831

1832

1833

1834

1835

1836

1837

1838

1839

1840

1841

1842

1843

1844

1845

1846

1847

1848

1. de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de Gemeenteraden worden rechtstreeks gekozen volgens censuskiesrecht. De Tweede Kamer krijgt het recht van amendement, interpellatie en enquête.

2. de Eerste Kamer wordt gekozen door de Provinciale Staten uit de hoogstaangeslagenen in belastingen.

3. alle vergaderingen van vertegenwoordigende instellingen worden openbaar.

4. ministeriële verantwoordelijkheid aan het parlement wordt ingevoerd. De koning is onschendbaar, maar de ministers zijn verantwoordelijk.

5. vrijheid van onderwijs - de regering moet voorzien in voldoende beschikbaarheid van lager onderwijs. Vrijheid van vereniging en vergadering, vrijheid van meningsuiting en van drukpers, vrijheid van godsdienst.

1849

1850

1851

1852

1853

1854

1855

1856

1857

1858

1859

1860

1861

1862

1863

1864

1865

1866

1867

1868

1869

1870

1871

1872

1873

1874

1875

1876

1877

1878

1879

1880

1881

1882

1883

1884

1885

1886

1887

1888

1889

1890

1891

1892

1893

1894

1895

1896

1897

1898

1899

 

 

Bron: Georges Brems, Wikipedia


Index Return To Table Of Contents

Copyright © 2008 W. van Dam